Structuur, werkwijze en overleg nieuw besturingsmodel

Het besturingsmodel kent drie aspecten: de structuur van de organisatie (met organen, bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden), de werkwijze binnen die structuur (kaders, spelregels, processen) en de overlegstructuur.

De structuur

De organisatiestructuur van de faculteit bestaat het faculteitsbestuur, 5 instituten met daarbinnen 19 afdelingen en 4 stafdiensten met daarbinnen afdelingen. Ook is er een onderzoeks- en onderwijsbestuur.  De organen en hun taken en verantwoordelijkheden zijn uitgewerkt in het (herziene) faculteitsreglement. e bevoegdheden zijn uitgewerkt in een mandaatregeling die vanaf 1 april 2009 in werking zal treden.

Op de o-schijf vindt u 2 organigrammen:

  • organisatiestructuur: O:\FDR\Organisatie\Organigram FdR (per 1-1-2009).pdf
  • bestuurlijke structuur: O:\FDR\Organisatie\Organisatieschema - bestuurlijke structuur 2009.pdf.

Ieder instituut wordt bestuurd door een wetenschappelijk directeur. Hij is eindverantwoordelijk voor het functioneren van het instituut op het terrein van onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering, en krijgt de bijbehorende bevoegdheden. Zo krijgt hij de bevoegdheid om externe (financiële) verplichtingen aan te gaan tot een bepaald (gemandateerd) bedrag en mag hij personeel aanstellen binnen de afgesproken kaders (zie verantwoordelijkheden en bevoegdheden wetenschappelijk directeur). De wetenschappelijk directeur is verantwoordelijk voor het budget en de normformatie.

Het faculteitsbestuur
Het hoogste orgaan binnend de faculteit is het faculteitsbestuur. Dit bestaat uit de decaan, twee portefeuillehouders en een student. De decaan is eindverantwoordelijk. De portefeuillehouders zijn verantwoordelijk voor respectievelijk onderwijs en bedrijfsvoering. De decaan is tevens portefeuillehouder onderzoek. De student in het bestuur behartigt de belangen van de studenten. De bestuursleden, m.u.v. het studentlid, zijn tevens directeur van een stafdienst.

De instituten
Onder het faculteitsbestuur hangen vijf instituten (de voormalige departementen):
  • Instituut voor Privaatrecht (Institute for Private Law)
  • Instituut voor Publiekrecht (Institute for Public Law)
  • Instituut voor Strafrecht & Criminologie (Institute for Criminal Law and Criminology)
  • Instituut voor Metajuridica (Institute for the Interdisciplinary Study of the Law)
  • Instituut voor Fiscale- en Economische vakken (Institute for Tax Law and Economics).
De managementassistenten (MASsen) vervullen in dit besturingsmodel een centrale rol en coördineren het secretariaat van het instuut.

De stafdiensten
Vier stafdiensten ondersteunen het faculteitsbestuur en de instituten:
  • stafdienst onderwijs: Cleveringa instituut
  • stafdienst onderzoek: Stafdienst van de Graduate School (Talentprogramma, promotieopleiding en onderzoek. Anders dan de andere Leidse faculteiten omvat dit niet de masters)
  • stafdienst bedrijfsvoering: Faculteitsbureau (FEZ, P&O, Bestuursondertseuning en informatievoorziening)
  • stafdienst Decanaat (Marketing & Communicatie, PAO, BIO, bibliotheek).

Aan het hoofd van iedere stafdienst staat een bestuurslid met de bijbehorende gemandateerde bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De stafdiensten rapporteren aan het faculteitsbestuur door tussenkomst van het bestuurslid.

Organisatie van het onderwijs
Elke opleiding heeft een opleidingsdirecteur. Deze directeur is door het faculteitsbestuur aan te spreken op de kwaliteit en de cohesie van de opleiding.

Er zijn twee onderwijsbesturen. De opleidingsdirecteuren gezamenlijk vormen het onderwijsbestuur dat staat onder leiding van de portefeuillehouder onderwijs van het faculteitsbestuur. De advanced LLM's hebben een eigen onderzoeksbestuur

Ook een student maakt deel uit van het onderwijsbestuur. Het onderwijsbestuur adviseert het faculteitsbestuur. De wetenschappelijk directeur is en blijft verantwoordelijk voor de inzet van budget en medewerkers.

Organisatie van het onderzoek
Elk onderzoeksprogramma heeft een programmacoördinator. Hij is verantwoordelijk voor de samenhang en kwaliteit van het onderzoeksprogramma.

De programmacoördinatoren gezamenlijk vormen het onderzoeksbestuur onder leiding van de portefeuillehouder onderzoek van het faculteitsbestuur (de decaan). De decaan is tevens 'Dean' van de Graduate School.


De werkwijze

De werkwijze van het nieuwe besturingsmodel bevat het totale proces van plannen en budgettering plus de controle van de uitvoering:

  • Het opstellen van het strategisch plan, een vierjarenplan dat elk jaar geactualiseerd wordt. Hierin worden de lange termijn (strategische) doelstellingen op het gebied van onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering opgesteld. 
  • Het hiervan afgeleide jaarlijkse begroting met daarin het activiteitenplan, het bijbehorende budget en het overzicht van formatie en bezetting. 
  • De uitvoering en het toezicht daarop (planning- en controlcyclus). 
  • Na afloop van een kwartaal wordt er gerapporteerd over de stand van zaken.

De overlegstructuur

Overleg faculteitsbestuur en wetenschappelijk directeuren
Het faculteitsbestuur en wetenschappelijk directeuren overleggen driewekelijks over alle portefeuilles.

Overleg onderzoeks- en onderwijsbestuur
Zowel het onderzoeks- als het onderwijsbestuur overlegt maandelijks over zaken betreffende onderzoek/onderwijs. Zij adviseren vervolgens het faculteitsbestuur. Voor de vier advanced LL.M.’s is er een apart onderwijsbestuur ingericht. 

Instituutsoverleg
Elk instituut heeft een instituutsoverleg. Hierin zijn vertegenwoordigd: de verschillende afdelingen van het instituut, een programmacoördinator, en een opleidingsdirecteur en een student. Het secretariaat van het instituut wordt gecoördineerd door de managementassistent (MAS). De wetenschappelijk directeur kan binnen zijn instituutsoverleg taken verdelen.

 
Laatst Gewijzigd: 09-02-2009