Gastlezing door oud-president Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Na een warm welkom door rector-magnificus Van der Heijden, benadrukte Costa dat het hem een groot genoegen was na 3,5 jaar weer terug te zijn in Leiden en de eerste Sackler lezing te mogen verzorgen.
Op zaterdag 10 december – de internationale dag van de rechten van de mens – was Jean-Paul Costa, oud-president van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), te gast bij de Leidse Rechtenfaculteit. Costa verzorgde die dag de eerste Raymond and Beverly Sackler Distinguished Lecture on Human Rights. Zijn lezing was getiteld: “The current challenges facing the European Court of Human Rights.”
Het publiek was in groten getale naar deze bijzondere gelegenheid gekomen en bestond behalve uit studenten en medewerkers van onze universiteit, uit onder meer rechters, advocaten, rijksambtenaren, academici en journalisten.
De lezing
In zijn lezing wees Costa allereerst op drie belangrijke successen van het Hof, namelijk de aanzienlijke groei in de activiteit van het Hof, de ontwikkeling van diens rechtspraak en de toename van de invloed en de prestige van het Hof.
Costa betoogde dat de jurisprudentie van het Hof tegelijkertijd vooruitstrevend en genuanceerd is en dat het Hof er continu naar streeft zowel rechterlijk activisme als overmatige terughoudendheid te vermijden. Daarna besteedde Costa aandacht aan de uitdagingen waarvoor het Hof thans staat. Hij onderscheidde daarbij drie kwesties:
-
De toenemende groei in de werklast van het Hof en daaruit volgende vertragingen in de procedure;
-
De recentelijk uit verschillende hoeken tot het Hof gerichte kritiek en
-
De moeilijke weg naar hervormingen van het Hof.
Volgens Costa – die behoud van het individuele klachtrecht als uitgangspunt neemt – bestaat er niet één oplossing voor de kwantitatieve werklast van het Hof. De oud-president pleitte naast blijvende inzet voor efficiëntieslagen binnen het Hof o.m. voor een actievere rol van de staten bij verbetering van de naleving van uitspraken en bij het opzetten van nationale rechtsmiddelen. Ook is hij een voorstander van het opzetten van een mechanisme waarbij nationale rechters het EHRM om advies kunnen vragen over de toepassing van het EVRM – een voorstel waarvoor Nederland zich momenteel sterk maakt.
Kritiek
De toegenomen kritiek op het Hof acht Costa grotendeels, zo niet geheel, ongerechtvaardigd. Volgens Costa komt de kritiek voort uit een veelheid van factoren, zoals de strijd tegen het terrorisme, de huidige (economische, financiële en sociale) crisis, euroscepticisme en toegenomen populisme. De suggestie dat het Hof meer legitimiteit nodig zou hebben, of onvoldoende competent zou zijn, verwierp hij onmiddellijk. Hij wees er daarbij op dat de staten zelf kandidaten voordragen en dat de rechters verkozen worden door de Parlementaire Assemblee. Ook benadrukte hij dat er een grote misvatting bestaat over de subsidiaire rol van het EHRM: het feit dat het primair aan de staten is om de Conventie toe te passen, betekent niet dat het Hof in het geheel geen rol speelt. Costa sprak de hoop uit dat het vasthouden van de dialoog tussen het Hof en de staten en tussen het Hof en de nationale rechters misvattingen en moeilijkheden kan wegnemen, opdat Europa trouw zal blijven aan diens idealen.
Na dit inspirerende en genuanceerde betoog ging het publiek in debat met Costa. Op de vraag waarom het EHRM aanzienlijk meer kritiek te verduren krijgt dan het Hof van Justitie van de EU, in Luxemburg, antwoordde Costa dat de rol en daarmee ook de rechtspraak van beide hoven beduidend anders is en dat het EHRM met name veel betekend heeft voor de kwetsbaardere en vaak dus ook minder populaire groepen in de samenleving. Costa dacht niet – zoals door een aanwezige als mogelijk toekomstscenario geschetst werd – dat het EHRM en het EU HvJ in de toekomst samen zouden gaan in één Europees Hof. Wel zag hij goede mogelijkheden voor intensievere samenwerking en een duidelijke rolverdeling tussen beide hoven. De toetreding van de EU tot het EVRM zou daarbij een belangrijke rol kunnen spelen.
Na het plenaire gedeelte van het programma, was er gelegenheid tot voortzetting van de discussie tijdens de receptie. Daar toonden Costa en zijn vm. collega, de Nederlandse EHRM-rechter Myjer, zich bereid verdere vragen van o.m. studenten te beantwoorden. Het juridische tijdschrift Mr. zal binnenkort een interview met Costa publiceren, naar aanleiding van zijn lezing aan de Leidse rechtenfaculteit.
Jean-Paul Costa
Jean-Paul Costa was ruim dertig jaar lid van de Franse Conseil d’État. Van 1998 tot 2011 was hij rechter in het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Van 19 januari 2007 tot 3 november 2011 was hij bovendien President van dat Hof. Op 3 december jl. werd hij benoemd tot directeur van het prestigieuze René Cassin Institut International des Droits de l'Homme te Straatsburg.
Sackler Distinguished Lecture Series on Human Rights
Dr. Raymond R. Sackler is een Amerikaanse arts en ondernemer. Samen met zijn broers Arthur M. Sackler (1913–1987) en Mortimer Sackler (1916–2010) richtte hij het farmaceutische bedrijf LTR Pharmaceutical op. De heer Sackler en zijn echtgenote, Beverly, zijn internationale filantropen met een warme betrokkenheid bij de ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek. De Sackler Distinguished Lecture Series on Human Rights at Leiden University, die met bovenstaande lezing aanvangt, wordt mogelijk gemaakt door een gift van Raymond en Beverly Sackler. De gift maakt het mogelijk voor de juridische faculteit om vooraanstaande experts op het terrein van de rechten van de mens uit te nodigen voor een verblijf in Leiden, het verzorgen van een lezing en het voeren van discussie met de facultaire gemeenschap en overige belangstellenden.
Kijk hier voor: de inleiding bij de Sackler-lezing door Rector-Magnificus Van der Heijden
de tekst van de lezing zelf.