Onvoldoende zekerheid grondbezit voor arme kampongbewoners

Op 13 december 2011 promoveert mr. drs. G.O. Reerink op zijn proefschrift "Tenure security for Indonesia’s urban poor".

Het onderzoek

Sinds begin jaren ‘80 zijn de Indonesische overheid en ontwikkelingsorganisaties als de Wereldbank actief om arme stadsbewoners te voorzien van een grondcertificaat. De bedoeling van zo'n certificaat is dat dit de bewoners van kampongs - de traditionele arme buurten - juridische zekerheid zal geven, waardoor zij ook meer durven te investeren in hun huisvesting, beter toegang hebben tot krediet en gemakkelijker grondtransacties kunnen aangaan. Naar de daadwerkelijke effecten van grondregistratie was echter nog weinig onderzoek gedaan. Het promotieonderzoek van Gustaaf Reerink probeert deze kennisleemte op te vullen.

Uit het onderzoek blijkt dat het maar de vraag is of de grondregistratie voor iedereen effectief is. Reerink: "Degenen die hier het meeste baat bij zouden hebben - de armste kampongbewoners - kunnen nauwelijks aan grondregistratieprogramma’s deelnemen. Zij hebben de grond vaak gekraakt en hoewel velen er al tientallen jaren wonen, is de overheid niet bereid deze situatie met certificaten te legaliseren. Daarnaast leidt zo'n certificaat niet per definitie tot meer zekerheid van grondbezit, mede omdat het kadaster niet goed functioneert". Bovendien blijkt registratie niet van beslissende invloed te zijn op het investeringsgedrag. "Kampongbewoners blijken bereid geld en energie te steken in hun huisvesting als zij zich zeker voelen, maar dat gevoel hoeft niet gebaseerd te zijn op juridische zekerheid. Zo betalen veel bewoners wel grondbelasting en zij beschouwen de kwitanties daarvan als eigendomsbewijs. Die zekerheid is voor hen voldoende", aldus Reerink.


Alternatieve benadering

Gezien de resultaten van zijn onderzoek pleit Reerink voor een alternatieve benadering om de zekerheid van grondbezit te versterken. "De feitelijke zekerheid van kampongbewoners is wel al toegenomen door de politieke vrijheden die sinds de val van Soeharto in 1998 bestaan; zij durven zich nu tegen onteigening te verzetten en boeken daarmee ook enig succes", aldus Reerink. Maar er moet op dit gebied nog meer gebeuren. Reerink: "Bij plannen om stedelijke armoede te bestrijden moet het vergroten van de feitelijke zekerheid eigenlijk bovenaan staan. Om willekeur te voorkomen zijn verdere hervormingen die ertoe leiden dat de Indonesische rechtsstaat wordt versterkt, van essentieel belang. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking kan hierbij ook een rol vervullen; iets wat in het verleden ook al resultaat heeft opgeleverd."
 
Gustaaf Reerink verrichtte zijn onderzoek aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Ontwikkeling, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden, in het kader van het onderzoekproject ‘Indonesia-Netherlands studies of Decentralisation of the Indonesian 'Rechtsstaat' and its impact on 'Agraria'’ (INDIRA) dat werd gefinancierd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Samenvatting
Stellingen

Promotores

Prof. dr. J.M. Otto en dr. A.W. Bedner

Datum en locatie

Dhr. Reerink verdedigt zijn proefschrift op dinsdag 13 december 2011 om 15.00 uur in het Academiegebouw Rapenburg 73, te Leiden

 
Laatst Gewijzigd: 09-12-2011