Grenzen van fiscale soevereiniteit
Onderzoeksprogramma van de afdeling belastingrecht.
- Leiding van het onderzoeksprogramma
- Onderzoeksmissie
- Centrale vraagstelling
- Deelprogramma 1: Internationale en supranationale grenzen aan fiscale soevereiniteit
- Deelprogramma 2: Grenzen aan de uitoefening van fiscale soevereiniteit
- Proefschrift schrijven?
Leiding van het onderzoeksprogramma
Programma: Grenzen van fiscale soevereiniteit
Naam: Prof. dr. A.O. Lubbers
Deelprogramma 1: Internationale en supranationale grenzen aan fiscale soevereiniteit
Coördinator: Prof. mr. T. Bender
Deelprogramma 2: Grenzen aan de uitoefening van fiscale soevereiniteit
Coördinatoren: prof. dr. A.O. Lubbers en prof.dr. H.Vording
Onderzoeksmissie
Traditioneel houden fiscale wetenschappers zich bezig met het in kaart brengen van fiscale regelingen, het signaleren van knelpunten in die regelingen en het aanreiken van oplossingen voor die knelpunten. Dit type onderzoek wordt echter ook volop verricht door praktijkfiscalisten, die werkzaam zijn bij belastingadvieskantoren, in de rechterlijke macht of bij de belastingdienst. De Leidse fiscale onderzoeksgroep heeft de ambitie om het fiscaalrechtelijke onderzoek verder te brengen dan de bestudering en becommentariëring van het positieve belastingrecht. Hiervoor heeft zij onderzoeksthema’s gekozen die wetenschappelijk van aard zijn en die ook de komende jaren actueel en maatschappelijk relevant zijn. Om het onderzoeksprogramma uit te voeren wordt ernaar gestreefd een mix tot stand te brengen van echte fiscalisten – die behoren tot de top van hun vakgebied – en onderzoekers met een economische, filosofische of historische achtergrond.
Centrale vraagstelling
Het Leidse fiscale onderzoeksprogramma richt zich sinds 2006 op een tweetal begrenzingen van de macht van een staat om inbreuk te maken op de eigendomsrechten van burgers om belastingen te heffen. In de eerste plaats is de heffingsmacht van een staat begrensd doordat ook andere staten belastingen heffen. De vraag in hoeverre de fiscale soevereiniteit van staten wordt beperkt door het internationale (fiscale) verdragenrecht, het Europese gemeenschapsrecht en andere regels van internationaal en supranationaal recht is studieobject van het deelprogramma “Internationale en supranationale grenzen aan fiscale soevereiniteit”. In de tweede plaats is de uitoefening van nationale fiscale soevereiniteit begrensd door normen van rechtsstatelijkheid en door maatschappelijke opvattingen over de gewenste reikwijdte/effectiviteit van het staatsoptreden. Hierop is het deelprogramma “Grenzen aan de uitoefening van fiscale soevereiniteit” gericht.
Deelprogramma 1: Internationale en supranationale grenzen aan fiscale soevereiniteit
Dit deelprogramma bevindt zich op het snijvlak van het internationaal belastingrecht, het gemeenschapsrecht en het algemene volkenrecht. Drie onderzoeksvragen staan centraal binnen dit deelprogramma.
De eerste onderzoeksvraag heeft betrekking op de rol die het gemeenschapsrecht – in het bijzonder de fundamentele (verkeers)vrijheden en het staatssteunverbod – speelt bij de afbakening en uitoefening van fiscale jurisdictie.
De tweede onderzoeksvraag richt zich op de rol die het algemene internationale publiekrecht speelt in het internationale belastingrecht. Daarbij gaat het onder meer om de invloed van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht en de daaraan ten grondslag liggende beginselen op de interpretatie en toepassing van belastingverdragen.
De derde onderzoeksvraag bouwt voort op een langjarige traditie en internationale reputatie van de onderzoeksgroep. Het stelt de bestudering van het internationaal belastingrecht op de meer klassieke manier voorop, alsmede het onderzoek naar de vraag welke problemen optreden bij de afbakening van de jurisdictie in belastingverdragen en de Nederlandse belastingwet en welke oplossingen daarvoor mogelijk zijn.
Deelprogramma 2: Grenzen aan de uitoefening van fiscale soevereiniteit
Binnen dit deelprogramma staat de kwaliteit van fiscale regelgeving centraal. Vanuit praktijk en wetenschap worden met enige regelmaat zorgen geuit met betrekking tot de kwaliteit van fiscale regelgeving. Ondanks deze zorgen besteedt de fiscale wetenschap relatief weinig aandacht aan fundamenteel onderzoek met betrekking tot de wijze waarop die kwaliteit kan worden "gemeten” en structureel kan worden verbeterd. Er wordt nog relatief weinig fundamenteel onderzoek gedaan naar de kwaliteit van fiscale regelgeving. Op dit punt ziet de Leidse fiscale onderzoeksgroep dan ook een taak voor de wetenschap weggelegd.
In de eerste plaats wordt onderzoek verricht naar de vraag hoe de kwaliteit van fiscale regelgeving kan worden “gemeten”. De onderzoeksgroep bouwt daarbij voort op de zes kwaliteitscriteria uit Zicht op wetgeving. Het onderzoek naar de kwaliteit van fiscale regelgeving richt zich overigens niet alleen op de kwaliteit van fiscale regels die afkomstig zijn van de wetgever; ook wordt de positie van de belastingrechter onderzocht daar waar hij optreedt als wetgever-plaatsvervanger. Twee kwaliteitscriteria staan centraal in het onderzoek. De nadruk wordt ten eerste gelegd op de wijze waarop de fiscale regelgever te werk zou moeten gaan bij het wijzigen van fiscale regels. Hier is met name de rechtszekerheid in het geding. De onderzoeksgroep verricht uitgebreid onderzoek naar fiscaal overgangsbeleid van wetgever, uitvoerder en rechter. De nadruk wordt ten tweede gelegd op het kwaliteitscriterium “doeltreffendheid en doelmatigheid”. Hierbij wordt onderzocht of de resultaten die de wetgever bij het invoeren van een wet(telijke regeling) voor ogen stonden, ook worden bereikt en of op de meest efficiënte en effectieve wijze gebeurt.
In de tweede plaats wordt onderzoek verricht naar de wijze waarop de kwaliteit van fiscale regelgeving kan worden verbeterd. De onderzoeksgroep heeft in dat kader onderzocht wat ‘terugkoppeling’ kan bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van fiscale regelgeving en de uitvoering daarvan. Op dit moment wordt onderzocht wat belanghebbenden, belangenorganisaties, beroepsorganisaties en wetenschappers op diverse momenten tijdens het wetgevingsproces kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van fiscale wetgeving.
In de derde plaats wordt onderzoek verricht naar de gevolgen die moeten worden verbonden aan onduidelijke fiscale regelgeving. In dat kader wordt onderzocht of er in het belastingrecht ruimte is voor een leerstuk als “rechtsdwaling” en welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden.
Proefschrift schrijven?
De Leidse fiscale onderzoeksgroep komt graag in contact met fiscalisten die een proefschrift willen schrijven. Zo’n proefschrift heeft betrekking op een onderwerp uit het Leidse fiscale onderzoeksprogramma. Tijdens het schrijven van een proefschrift vindt begeleiding plaats door een hoogleraar belastingrecht die is verbonden aan de Leidse afdeling Belastingrecht. Er wordt naar gestreefd een proefschrift niet dikker te laten zijn dan zo’n 150-250 pagina’s. Voor het schrijven van een proefschrift is fiscale bevlogenheid, een kritische geest en doorzettingsvermogen vereist. Bovendien dient een kandidaat die een proefschrift wil gaan schrijven aannemelijk te maken dat hij/zij beschikt over schrijf- en onderzoeksvaardigheden. In vele gevallen zal een hoogleraar een kandidaat eerst vragen een tweetal wetenschappelijke artikelen te schrijven voordat hij/zij zich bereid verklaart het promotietraject te begeleiden. Tegenwoordig zijn steeds meer belastingadvieskantoren bereid om goede medewerkers gedurende een dag in de week – onder doorbetaling van loon – vrij te stellen om een proefschrift te schrijven. In combinatie met een goede begeleiding vanuit de afdeling Belastingrecht kan dit in drie tot vier jaar tot een proefschrift leiden. Neem voor meer informatie over het schrijven van een proefschrift contact op met prof. dr. A.O. Lubbers (a.o.lubbers@law.leidenuniv.nl).