Eerdere symposia, expertmeetings en andere onderzoeksbijeenkomsten

Een overzicht van alle symposia, expertmeetings en andere onderzoeksbijeenkomsten van de afdeling fiscaal recht.

Wetgevingsadvisering door de Commissie Wetsvoorstellen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

Op 11 december 2009 hebben mw. mr. N.M.A. van Kreveld en prof. dr. A.O. Lubbers het onderzoeksrapport ‘Wetgevingsadvisering door de Commissie Wetsvoorstellen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs’ aangeboden aan de voorzitter van de NOB, mr. H. Koller. Van Kreveld en Lubbers hebben onderzocht wat de ‘toegevoegde waarde’ van de wetscommentaren van de NOB is ten opzichte van de wetgevingsadviezen van de Raad van State. Tevens hebben zij onderzoek gedaan naar het effect van de wetscommentaren en onderzocht of de werkwijze van de Commissie Wetsvoorstellen kan worden verbeterd. Klik hier voor een pdf van het onderzoeksrapport.

Internationale conferentie over staatssteun en directe belastingen (19 en 20 november 2009)

Op 19 en 20 november 2009 organiseerden Frank Engelen en Sjoerd Douma een research conference, getiteld: State aid and direct taxation: In need of a conceptual framework. De deelnemers aan deze conferentie waren afkomstig van de Hoge Raad, de Europese Commissie, binnenlandse en buitenlandse universiteiten, het ministerie van Financiën, het ministerie van Buitenlandse Zaken, belastingadviesorganisaties en advocatenkantoren.  

De aanleiding voor deze conferentie was dat (zeer) recente ontwikkelingen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de beschikkingenpraktijk van de Europese Commissie fundamentele vragen oproepen ten aanzien van de soevereiniteit van EU lidstaten op het terrein van de directe belastingen. In het bijzonder komt de vraag op hoe een evenwicht kan worden gevonden tussen enerzijds de eisen van de interne markt en anderzijds de bevoegdheid van de lidstaten om hun belastingstelsel vorm te geven en daarmee beleidsdoelstellingen na te streven. Het doel van de conferentie was om een raamwerk te ontwerpen aan de hand waarvan dit evenwicht kan worden bereikt.  

De resultaten van de conferentie worden gepubliceerd in de serie Conflict of Norms in International Tax Law (IBFD ) die wordt uitgegeven in het kader van het Leidse onderzoeksprogramma International and Supranational Limits of Tax Jurisdiction en past binnen het Leidse profileringsgebied Interaction between Legal Systems. Deze uitgave zal herfst 2010 verschijnen.

Seminar Kwaliteit van (fiscale) regelgeving (16 december 2008)

Voorafgaand aan de oratie van Hans Gribnau heeft de afdeling Belastingrecht in het kader van het onderzoeksprogramma 'Grenzen aan de uitoefening van fiscale soevereiniteit' een mini-seminar georganiseerd over kwaliteit van (fiscale) regelgeving.
Een aantal sprekers, waaronder prof. mr. F.A. Engelen, prof. dr. J.A.G. van der Geld, prof. mr. R.H. Happé, prof. mr. B. Peeters, prof. dr. W.J.M. Voermans en prof. dr. H. Vording, hebben een korte inleiding verzorgd met betrekking tot de vraag op welke wijze de kwaliteit van (fiscale) regelgeving kan worden verbeterd. Zie voor een verslag van deze bijeenkomst en de oratie van Hans Gribnau: N.M.A. van Kreveld, Verslag van het Seminar 'Kwaliteit van (fiscale) regelgeving' en oratie Prof. mr.dr. J.L.M. Gribnau, WFR 2009/422.

Symposium Fiscaal Cultuurmecenaat (21 november 2008)

Belastingmaatregelen kunnen een zinvol instrument zijn om kunst en cultuur te financieren. Dit vereist echter wel goed doordachte belastingmaatregelen en effectief gebruik van de mogelijkheden door culturele instellingen en kunstliefhebbers. Op dit moment is dat nog niet altijd het geval. Hoog tijd dus dat fiscalisten en betrokkenen uit de wereld van kunst en cultuur hierover met elkaar spreken!  

Deskundige sprekers met een achtergrond in de fiscaliteit of in de kunst hebben tijdens dit symposium voorbeelden besproken van effectief gebruik van belastingmaatregelen voor kunst- en cultuurfinanciering en zijn hierover in debat met elkaar en met de zaal gegaan. Aan het eind van de middag werd het eerste exemplaar van het boek van Sigrid Hemels "Kunstliefhebbers, culturele instellingen en belastingen"(uitgegeven door Sdu Fiscale & Financiële Uitgevers) aangeboden aan kunstliefhebber en oud-staatssecretaris van Financiën prof. dr. F.H.M. Grapperhaus.

Expertmeeting met betrekking tot terugkoppeling in het belastingrecht (10 oktober 2008)

Op 10 oktober 2008 vond de expertmeeting plaats met betrekking tot terugkoppeling in het belastingrecht. Bij 'terugkoppeling' gaat het - kort gezegd - om het proces waarbij signalen met betrekking tot onvolkomenheden in regelgeving of in de uitvoering daarvan via formele of informele kanalen worden teruggesluisd naar de regelgever of de uitvoerder van die regelgeving. Terugkoppeling in het belastingrecht is niet eerder systematisch onderzocht.

De bespreekpunten waren onder meer:
- Terugkoppeling en betrokkenen bij terugkoppeling
- Onvolkomenheden in fiscale regelgeving of de uitvoering daarvan
- Informatiebronnen
- Intermediair als terugkoppelend orgaan
- Gehanteerde toetsingsnormen en de intensiteit van toetsing
- Terugkoppelingsmechanismen
- Effectiviteit / doorwerking van terugkoppeling
- Hoe kunnen terugkoppelingsprocessen worden verbeterd? 

Zie uitgebreider: J.L.M. Gribnau, A.O. Lubbers en H. Vording (red.), Terugkoppeling in het belastingrecht, Sdu Amersfoort, 2008.   

Expertmeeting Hedge-problematiek (4 maart 2008)

Op 4 maart 2008 vond in Leiden een expertmeeting plaats met betrekking tot de hedge-problematiek. Ongeveer 40 deelnemers bogen zich over vraagstukken rondom samenhangende waardering in het kader van de fiscale winstbepaling. Aanwezig waren belastingadviseurs, belastinginspecteurs, bedrijfsfiscalisten, leden van de Hoge Raad en wetenschappers.

Discussiepunten expertmeeting
Er werd tijdens de bijeenkomst over de volgende onderwerpen gesproken:

Karakter optiesop beursaandelen
Moet een optie in het kader van de fiscale winstbepaling worden behandeld als afzonderlijk vermogensbestanddeel of moet de optie – in voorkomende gevallen – worden gezien als één geheel met de onderliggende waarde?

Samenhangende waardering

Wanneer houden vermogensbestanddelen voldoende verband met elkaar om deze vermogensbestanddelen in het kader van de fiscale jaarwinstbepaling in samenhang met elkaar te waarderen? Gelden dezelfde criteria voor de situatie waarin afzonderlijke financiële instrumenten worden aangegaan die - tezamen beschouwd - een risicoloos rendement opleveren (vergelijk het Escape-arrest BNB 2001/126 voor de IB-sfeer). Moet, indien een belastingplichtige in de loop van de tijd tegen verschillende koersen aandelen heeft gekocht, ook in samenhang worden gewaardeerd en wat zou dit inhouden? Waardering tegen gemiddelde kostprijs?

Verliesneming
Wat zijn de gevolgen van de in BNB 2008/26 gegeven regel dat er in verband met het realiteitsbeginsel geen verlies mag worden genomen op de optieverplichting in gevallen waarin een stijging van de optieverplichting niet geheel wordt gedekt door een stijging van de waarde van de aandelen? Moet ook in de omgekeerde situatie – waardedaling aandelen en (kleinere) daling optieverplichting - in samenhang worden gewaardeerd?

Verliesneming en totaalwinst
Gelden de bovenstaande regels ook ten aanzien van de vermogensbestanddelen waarop een objectieve vrijstelling (zoals de deelnemingsvrijstelling) geldt?

Winstneming
Mag winstneming ter zake van de ontvangen calloptiepremie worden uitgesteld of dient onmiddellijk winst te worden genomen? Indien op een optiecontract waarmee aandelen kunnen worden verkregen winst wordt gemaakt, mag die winst worden doorgeschoven naar het aandelenpakket dat via de optie wordt aangeschaft? Dient alvast winst te worden genomen indien een zodanige put optie wordt aangekocht dat een deel van de ongerealiseerde vermogenswinst op de aandelen die de belastingplichtige in bezit heeft, in wezen als ‘gerealiseerd’ kan worden beschouwd? Op welk tijdstip dient winst te worden genomen indien een belastingplichtige een dollarschuld heeft, de dollar daalt en op enig moment een swap wordt aangegaan waardoor de koerswinst op de schuld wordt zeker gesteld? Wat dient er te gebeuren bij de beëindiging van de situatie, waarbij een dollarvordering en een dollarschuld tegenoverelkaar staan, doordat die schuld – waarop een valutaverlies wordt geleden – wordt afgelost? Moet de dollarvordering worden opgewaardeerd?  

Toekomst
Is de mandjes-oplossing die Warner Bruins Slot voorstelt, de oplossing voor de hedge-problematiek? Dient de hedging-problematiek te worden opgelost door de wetgever? Zo ja, wat zou de Hoge Raad dan moeten doen?

Nadere literatuur:
WFR 2008/219, blz. 225, G.J.W.M. Derckx, Het tweede hedge-arrest: er blijven nog voldoende opties over
WFR 2008/211, blz. 213, W. Bruins Slot, Naar een gezamenlijke waardering voor het realiteitsbeginsel
WFR 2008/225, J.C.M. van Sonderen, Hedge accounting bij aandelen en aandelenopties
WFR 2008/231, S.F.M. Niekel, Een grensoverschrijdende blik op fiscale hedge accounting    

Symposium A.O. Lubbers en S.C.W. Douma "De wijze waarop de HR in belastingzaken beslissingen neemt en die beslissingen vastlegt in arresten" (2 november 2007)

Op 2 november 2007 vond in Leiden een discussiemiddag plaats met betrekking tot de wijze waarop de Hoge Raad in belastingzaken beslissingen neemt en die beslissingen vastlegt in arresten. Deze discussiemiddag werd mede mogelijk gemaakt door Sdu Fiscale & Financiële uitgevers te Amersfoort en werd bezocht door ongeveer 220 praktijkfiscalisten (veel rechters, wetenschappers, belastinginspecteurs en belastingadviseurs) en studenten (ook diverse eerstejaarsstudenten). 

Voorafgaand aan de discussiemiddag gaf prof. dr. A.O. Lubbers een ‘spoedcursus’ belastingarresten lezen en analyseren. Aan de hand van zijn boek ‘Belastingarresten lezen en analyseren’ (Sdu Fiscale & Financiële Uitgevers, Amersfoort, 2007) heeft hij met name aandacht besteed aan de wijze waarop de lezer rechtsregels kan ontlenen aan de arresten van de Belastingkamer van de Hoge Raad.
De discussiemiddag werd geopend met de stelling “In ingewikkelde zaken met meerdere mogelijke oplossingsrichtingen zou de Hoge Raad een zitting moeten houden om over deze oplossingsrichtingen met partijen en deskundigen in debat te gaan.” Mr. S.C.W. Douma, verbonden aan de afdeling Belastingrecht van de Universiteit Leiden, leidde deze stelling in. De stelling werd vervolgens bekritiseerd door mr. drs. T.A. Gladpootjes (Ministerie van Financiën, team cassatie) en door mr. L.F. van Kalmthout (advocaat bij Loyens & Loeff en voormalig advocaat-generaal). Zij wezen erop dat het nuttig kan zijn om de Hoge Raad voor te lichten over feitelijkheden (bijvoorbeeld over budgettaire effecten of over de werking van lastige beleggingsproducten), maar dat een advocaat-generaal voldoende mogelijkheden heeft om de Hoge Raad voor te lichten. Gladpootjes betoogde dat vanuit het Ministerie van Financiën wordt geprobeerd de Hoge Raad van relevante informatie te voorzien, bijvoorbeeld daar waar grote budgettaire belangen op het spel staan. Het cassatieberoepschrift of het verweerschrift in cassatie bieden daarvoor de mogelijkheid. Het is in het algemeen niet nodig externe deskundigen te betrekken bij een zaak. Als er deskundigen bij de procedure worden betrokken, zal het procesdossier deels moeten worden geopend. Het is de vraag of dat wenselijk is. Van Kalmthout wees bovendien op het gevaar van politisering van de Hoge Raad indien deze zich te zeer richt op ‘rechtsvorming’. Ook mr. A.R. Leemreis (raadsheer in de Hoge Raad) was kritisch met betrekking tot de stelling. Voorlichting op bepaalde feitelijke punten is nuttig, aldus Leemreis, maar men mag er toch van uitgaan dat de twaalf leden van de Belastingkamer met verschillende achtergronden en specialisaties in staat zijn zelf rechtsregels te bedenken. Wel wees hij op een alternatief voor de in de stelling opgevoerde deskundigen: gedacht kan worden in plaats van deskundigen aan het woord te laten, vakorganisaties als de NOB en de Federatie van Belastingadviseurs schriftelijke opmerkingen in te laten dienen.

Vanuit de zaal wees prof. mr. R.H. Happé, verbonden aan de Universiteit van Tilburg, op het fenomeen van de ‘amicus curiae’. Deze raadgever van het gerecht zou, net als bij de Amerikaanse Supreme Court, de rol van deskundige kunnen vervullen. Prof. mr. M.W.C. Feteris (hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam en belastingadviseur) merkte naar aanleiding van deze suggestie op dat ook het EHRM het fenomeen van de ‘amicus curiae’ kent, maar dat deze spaarzaam wordt ingezet: het komt slechts zelden voor dat deze een mondelinge toelichting geeft.

De tweede stelling, die werd ingeleid door Lubbers, houdt verband met de gewoonte dat de Hoge Raad slechts zelden in debat treedt met de advocaat-generaal: “Als een advocaat-generaal de Hoge Raad voorstelt de hofuitspraak ambtshalve te casseren, dient de Hoge Raad – bij het niet-opvolgen van dat voorstel – uiteen te zetten waarom hij dat voorstel niet overneemt; het onbeantwoord laten leidt in vele gevallen tot rechtsonzekerheid.” Mr. P.J. van Amersfoort (raadsheer in de Hoge Raad) zette de werkwijze van ambtshalve cassatie uiteen. Uit dit betoog bleek dat de Hoge Raad zeer terughoudend is in het ambtshalve casseren. Als reden hiervoor kan onder meer worden aangevoerd dat de Hoge Raad het in het algemeen ongewenst vindt op een punt te beslissen zonder dat partijen daarover hebben gedebatteerd. Van Amersfoort wees er voorts op dat als de advocaat-generaal ambtshalve cassatie heeft voorgesteld maar de Hoge Raad niet op dat voorstel ingaat, de lezer van het arrest ervan kan uitgaan dat de kwestie nog onbeslist is en de Hoge Raad geen impliciet oordeel heeft willen geven. Gladpootjes was voorstander van de stelling. Dit gold ook voor mr. M. Mees (als advocaat verbonden aan Loyens & Loeff). Ook de zaal was in meerderheid vóór de stelling.

De derde stelling, die werd ingeleid door Douma, heeft verband met het prioriteren van zaken door de Hoge Raad: “De Hoge Raad zou de zaken met een uitzonderlijk groot belang voor de praktijk of de maatschappij voorrang moeten geven boven andere zaken, zowel wat betreft inhoudelijke aandacht als doorlooptijd.” Mr. R.L.H. IJzerman, advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, wees op de thans bestaande mogelijkheid van versnelde behandeling. Het parket en de Hoge Raad zouden zich in gevallen waarin sprake is van versnelde behandeling moeten inspannen om de zaak zo snel mogelijk af te doen. IJzerman pleitte bovendien voor het inzichtelijk maken van de gronden voor het honoreren van een verzoek om versnelde behandeling. Mr. dr. G.J.M.E. de Bont (advocaat bij Hertoghs Advocaten en verbonden aan de Universiteit van Tilburg) was bereid zich tegen de stelling te keren. Hij wees erop dat het belangrijk is dat de Hoge Raad de tijd neemt voor de afdoening van zaken. Wij willen uiteindelijk goed gemotiveerde arresten en dat kost nu eenmaal tijd, aldus De Bont. Mr. C.J.J. van Maanen, raadsheer in de Hoge Raad, wees op de mogelijkheid van een verlofstelsel. Hierdoor zou de Hoge Raad zelf kunnen beslissen welke zaken hij behandelt. Langs die weg kan hij relevante zaken meer aandacht geven. De keuze voor het verlofstelsel moet door de wetgever worden gemaakt.

De discussiemiddag werd beëindigd met een borrel, aangeboden door Sdu Fiscale en Financiële Uitgevers te Amersfoort.

Symposium S.C.W. Douma "Recent Developments in EC Tax Law" (29-30 oktober 2007)

 

Symposium Y.E. Gassler "De toekomst van de overdrachtsbelasting" (14 september 2007)

Na de invoering van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de vennootschapsbelasting 2007 staat de verouderde overdrachtsbelasting uit 1972 in de schijnwerpers. Niet alleen ontbeert de overdrachtsbelasting een gedegen rechtsgrond, ook sluit de bestaande wettekst op het gebied van de overdrachtsbelasting onvoldoende aan bij de doelstellingen van de wetgever en dient de bestaande wettekst te worden aangepast aan recente civielrechtelijke ontwikkelingen. Het is dus hoog tijd de overdrachtsbelasting nader onder de loep te nemen!
Het symposium vond plaats op 14 september 2007 aan de Universiteit Leiden en was bedoeld voor eenieder die belangstelling heeft in de overdrachtsbelasting. Denk daarbij aan fiscalisten, notarissen en andere partijen uit de vastgoedmarkt. Tijdens het symposium heeft een gemêleerd gezelschap aan sprekers, waaronder politici, vertegenwoordigers van belangengroepen, fiscalisten en notarissen, zijn visie gegeven over de wenselijkheid en de knelpunten van de overdrachtsbelasting. Tevens kregen deelnemers met behulp van aanwezige stemkastjes de mogelijkheid tijdens het symposium te reageren op ingenomen stellingen over de overdrachtsbelasting.
Onder redactie van dr. Y.E. Gassler is ter gelegenheid van het symposium de bundel ‘De toekomst van de overdrachtsbelasting’ samengesteld. De bundel bevat artikelen van gerenommeerde auteurs op het gebied van overdrachtsbelasting. De artikelen omvatten het resultaat van een onderzoek naar de vraag in hoeverre de wettelijke bepalingen met betrekking tot de overdrachtsbelasting voldoen aan de algemeen erkende beginselen van behoorlijke wetgeving.  

Meer informatie: www.overdrachtsbelasting.com

Symposium C.L.J. Caminada en H. Vording in samenwerking met Ministerie van Financiën "Belastingen met beleid" (26 juni 2007)

Wat kunnen wetenschappers en beleidsmakers van elkaar leren op het terrein van belastingheffing als beleidsinstrument? Welke nieuwe theoretische inzichten zijn wel en niet kansrijk voor fiscale hervormingen? Wat zijn goede en slechte ervaringen in andere landen? En wat gaat er schuil achter het huidige fiscale beleid? Deze vragen stonden centraal tijdens het symposium over Belasting met beleid.

Er is een boek (zie: C.L.J. Caminada en H. Vording, Belasting met beleid, SDU 2007) verschenen dat verslag doet van het symposium door de bundeling van de bijdragen van beleidsmedewerkers van het Ministerie van Financiën en wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam, de Rijksuniversiteit Groningen, de Erasmus Universiteit van Rotterdam, de Universiteit van Tilburg, het Centraal Planbureau en de Universiteit Leiden. Ook de lezing van staatssecretaris van Financiën De Jager over groene belastingheffing is opgenomen in deze bundel.

Symposium S.C.W. Douma en F.A. Engelen "The legal Status of the OECD Commentaries" (14-15 september 2006)

Symposiumbundel: S.C.W. Douma en F.A. Engelen, The legal Status of the OECD Commentaries, IBFD, Amsterdam 2008.

Gastcollege Ineke Dezentjé Hamming (26 april 2006)

Op woensdag 26 april 2006 gaf Ineke Dezentjé Hamming, onder meer woordvoerder rijksbelastingen voor de VVD-fractie in de Tweede Kamer, een gastcollege in het kader van het vak Fiscaal bestuursrecht I. Zij heeft tijdens dat college een initiatief-wetsvoorstel gelanceerd dat een zeer belangrijke verbetering zal inhouden voor de rechtsbescherming van belastingplichtigen. 
Ze heeft gesproken over de kwalitatieve en politieke beoordeling van fiscale wetsvoorstellen. Voorts heeft ze, zoals gezegd, het initiatief-wetsvoorstel aangekondigd en inhoudelijk toegelicht. Met dit wetsvoorstel pleitte Dezentjé Hamming voor het openen van een wettelijke mogelijkheid om buitenproportionele controles van de Belastingdienst vooraf te laten toetsen door de rechter. De schrijvende pers was ook uitgenodigd.

Congres H. Vording en A.C. Rijkers (UvT) "Vijf jaar Wet IB 2001 " (5 januari 2006 )

Vanaf het voorjaar van 2005 zijn voorbereidingen getroffen voor een breed opgezet samenwerkingsproject, waarin fiscale wetenschappers van alle universiteiten werken betrokken. Overleg met het Ministerie van Financiën wees uit dat er geen concrete aanknopingspunten waren met de lopende voorbereiding van de ambtelijke evaluatie. Een gemeenschappelijk kader voor de wetenschappelijke evaluatie kwam tot stand op een discussiemiddag op 2 september 2005 te Leiden. Vervolgens kwam op 22 november 2005 de ambtelijke evaluatie uit, waarvan de uitkomsten nog konden worden betrokken in de wetenschappelijke evaluatie. De voorlopige resultaten daarvan werden besproken op dit congres.  

Symposiumbundel: A.C. Rijkers en H. Vording, Vijf jaar Wet IB 2001, Kluwer, Deventer 2006.

Seminar "EC Law and Tax treaties" (9-11 oktober 2005)

Het seminar werd georganiseerd in het kader van het Doctoral Candidates in Tax Law Network. Dit Europabrede netwerk van promovendi op het terrein van het belastingrecht is opgericht in 2004, mede door de Universiteit Leiden. Het seminar is het tweede voor deze doelgroep. Het eerste vond plaats in januari 2005 in Wenen. Het Leidse seminar richtte zich op de interactie tussen belastingverdragen en de in het EG-Verdrag vervatte beginselen van non-discriminatie en vrij verkeer van personen, diensten en kapitaal.
Er waren vijf onderwerpen geselecteerd;  tijdens break-out sessies konden de deelnemers in groepjes van vier of vijf mensen over onderwerpen discussiëren om zo een actieve bijdrage te leveren. Natuurlijk was er tussendoor ook gelegenheid voor de deelnemers om vragen op hun eigen onderzoeksgebied aan de orde te stellen, als deze vragen raakten aan de onderwerpen van het seminar.

Het programma begon op zondagmiddag met een sociaal middagprogramma ter kennismaking en om de vele buitenlandse gasten de gelegenheid te geven naar Leiden af te reizen.

Op maandag  begon het seminar om 9.00 uur met een welkomstwoord en het voorstellen van de professoren en deelnemers. Daarna sprak prof. Kees van Raad over “Nondiscrimination under the OECD Model and EC Treaty rules”, waarbij hij beginselen van non-discriminatie uit het internationale belastingrecht vergeleek met de beginselen die het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft ontwikkeld. Na de koffiepauze nam prof. Frank Engelen het woord over “Introduction to the judgement of the ECJ in the case of D. Engelen ging daarbij in op het leerstuk van meestbegunstiging – most favoured nation treatment – in het algemene volkenrecht en het gemeenschapsrecht. Na de lunch was de break-out sessie over dit onderwerp, waarna later de plenaire discussie volgde. De dag werd besloten door prof. Frank Engelen met “Does the ECJ safeguard the compliance of the Member States with rules of public international law, such as tax treaties and rules and principles of general public international law?"

Dinsdag startte prof. Frank Engelen om 9.00 uur met “Access to tax treaties”.  Na de aansluitende break-out sessie volgde de plenaire discussie over dit onderwerp. Na de lunch op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid sprak sprak prof. Tanja Bender over “Cross-border loss relief”.
Na de break-out sessies en de plenaire discussie werd om 17.30 uur het seminar afgesloten met de uitreiking van een certificaat aan alle deelnemers en het overhandigen van een evaluatieformulier.

Expertmeeting "The Role of the Commentaries on the OECD Model in the Tax Treaty Interpretation Process" (2 september 2005)

  

Symposium M. Bravenboer, A.O. Lubbers en H. Vording "Fiscaal Overgangsbeleid" (15 april 2005)


In Leiden vond op 15 april 2005 onder de naam ‘Fiscaal overgangsbeleid’ een symposium over het fiscale overgangsbeleid van wetgever, rechter en uitvoerder plaats. Doel van dit symposium was het leveren van ‘input’ voor het onderzoek naar het fiscale overgangsbeleid. Gedurende het ochtendprogramma hebben vier sprekers het overgangsbeleid vanuit hun specifieke achtergrond behandeld: mr. H.B.A. Verhoeven (Ministerie van Financiën), dr. J.C.K.W. Bartel (Raad van State), mr. J.W. van den Berge (Hoge Raad der Nederlanden) en prof. dr. L.G.M. Stevens (Erasmus Universiteit Rotterdam). Gedurende de middag is in een drietal parallelgroepen gediscussieerd over een aantal specifieke thema’s met betrekking tot fiscaal overgangsbeleid. Zo is in de sessie van prof. mr. R.H. Happé en mr. M.R.T. Pauwels (Universiteit van Tilburg) aandacht besteed aan de verwachtingen die burgers met betrekking tot veranderingen mogen hebben. De economische dimensie van veranderingen in fiscale regelgeving is door dr. A.R. Leen en dr. H. Vording (Universiteit Leiden) behandeld. Drs. M. Schuver-Bravenboer en prof. dr. A.O. Lubbers (Universiteit Leiden) zijn dieper ingegaan op een aantal technische kwesties met betrekking tot fiscale overgangssituaties.

Door financiële bijdragen van Loyens & Loeff en van het Leids Universitair Fonds was het mogelijk de bijdragen van de sprekers en workshopleiders, aangevuld met een aantal andere bijdragen, te bundelen en uit te geven (A.O. Lubbers, M. Schuver-Bravenboer, H. Vording (red.), Opstellen fiscaal overgangsbeleid, Kluwer Deventer, 2005).

Laatst Gewijzigd: 26-01-2012