Ondernemingen houden rekening met de maatschappij
In de huidige roerige tijden ‐kredietcrisis en de Griekse tragedie‐ blijkt de nauwe verwevenheid tussen economie en de rest van de maatschappij. Hoe sterk is die verwevenheid? René Orij geeft een voorzet met een onderzoek naar maatschappelijke ondernemingsverslaggeving. Op 14 maart promoveert hij op zijn proefschrift “Societal Determinants of Corporate Social Disclosures”.
Orij vroeg zich af of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) echt kan aanslaan. De standaardvisie is dat ondernemingen streven naar winst en een hogere waarde van de onderneming. Als onduidelijk is of MVO winst oplevert, dan blijft over: hebben MVO en maatschappelijke verslaggeving een maatschappelijk doel?
Met maatschappelijke verslagen laten ondernemingen blijken enigszins rekening te houden met hun positie in de maatschappij, in de vorm van instituties. Instituties vertegenwoordigen de manier waarop we met elkaar omgaan. De Nederlandse poldereconomie is een voorbeeld van een institutie. Ondernemingen houden rekening met de belangen van hun belanghebbenden. Ze zoeken ook acceptatie door de maatschappij als geheel. Dat doen ze binnen kaders van de maatschappij; sociaal‐culturele, economische en politieke instituties. Niet alleen geld is belangrijk.
Maatschappelijke verslaggeving is een onderdeel van het bedrijfseconomische onderzoeksgebied van financiële verslaggeving. Dit richt zich op de bruikbaarheid voor de aandeelhouder en diens economische realiteit. Bij maatschappelijke verslaggeving dient zich een sociale realiteit aan. Als ondernemingen, overheid en onderzoekers zich hiervan bewust worden, kan een paradigmaverschuiving ontstaan naar een maatschappelijk bewuster bedrijfsleven.
Zijn vervolgonderzoek gaat over de mogelijke invloed van de crisis op maatschappelijke verslaggeving en MVO en welke invloed wetgeving hier op heeft.
Promotores
Prof. dr. J.G. Kuijl, dr. Y.K. Grift en dr. D.H. van Offeren.
Datum en locatie
Dhr. Orij verdedigt zijn proefschrift op woensdag 14 maart 2012 om 13.45 uur in het Academiegebouw Rapenburg 73, te Leiden