Onderzoek

Het Instituut voor Immigratierecht houdt zich op verschillende niveaus bezig met onderzoek.

Allereerst is er sprake van fundamenteel onderzoek in de vorm van medewerkers die een proefschrift schrijven op het terrein van immigratierecht. Daarnaast wordt ook toegepast wetenschappelijk onderzoek verricht. Veelal is dit contractonderzoek dat wordt verricht voor nationale of internationale opdrachtgevers. Het Instituut probeert in haar onderzoek actuele rechtsvragen op het terrein van het immigratierecht te onderzoeken en daarin mede te betrekken het spanningsveld tussen theorie en praktijk.   

Lopend promotie-onderzoek

Dissertaties onder begeleiding van prof. mr. P.Boeles:  

  • Mr. M. Reneman, The fundamental right of fair asylum procedures in the European Community.

    Marcelle Reneman is bezig met een onderzoek getiteld 'The European Community Principle of Fair and Effective Asylum Procedures'. Het onderzoek vindt plaats onder supervisie van Prof. Pieter Boeles en Prof. Thomas Spijkerboer. De Procedure Richtlijn en andere Europese maatregelen bevatten minimum normen voor asielprocedures. Het doel van het onderzoek is om de betekenis van het gemeenschapsrechtelijke beginsel van effectieve rechtsbescherming voor de geldigheid en de interpretatie van deze regelgeving vast te stellen. Verschillende procedurele onderwerpen komen aan de orde zoals: bewijs, toegang tot de rechter, omvang en intensiteit van rechterlijke toetsing en schorsende werking van het beroep.

  • Drs. B. Straathof, Article 22, Convention of the Rights of the Child, rights of refugee children.

    Dit promotieonderzoek richt zich op de rechten van kinderen van vluchtelingen, zoals gewaarborgd door artikel 22 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind Belangrijke onderzoeksvragen hebben betrekking op de precieze omvang van “Passende bescherming en humanitaire bijstand”; de betekenis en de omvang van de referenties in de Conventie aan de desbetreffende rechten die in internationale instrumenten inzake mensenrechten en humanitaire instrumenten zijn vastgesteld;het effect van de periodieke verslagen van het Comité voor de Rechten van het Kind door staten die partij bij de verbetering van de behandeling en bescherming van kinderen van vluchtelingen; en de invloed van het Verdrag inzake UNHCR-beleid en de normen voor de bescherming van kinderen van vluchtelingen.

  • Drs. Ch. Mommers, the right and obligation of voluntary return for aliens without a legal status.

    Het promotieonderzoek van Christian Mommers richt zich op de vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en andere vreemdelingen die een juridische verplichting hebben hun gastland te verlaten. Uitgangspunt hierbij is dat deze vrijwillige terugkeer vragen oproept met betrekking tot de rechten en plichten van de betrokken partijen: de vreemdeling, het gastland en het land van herkomst. Deze verschillende rechten en plichten kunnen in de praktijk botsen. In het onderzoek wordt bekeken naar de internationale, Europese en nationale juridische basis van deze rechten en plichten, de specifieke conflicten hierin, en hoe deze tegenstelling uiteindelijk zijn te verenigingen in een kader dat de belangen van alle drie de partijen betrokken bij vrijwillige terugkeer voldoende beschermt. 
     
  • C. Smyth (B.A., LL.B, LL.M), Rights of the child in EC immigration and asylum legislation. 

    The research anticipates the coming together of two areas of law: the child rights in the Charter of Fundamental Rights and the Common European Asylum System.  Previously, the connection was tenuous: the Charter was not legally binding and therefore there was no legal requirement that phase one CEAS should strictly conform to the rights therein.  Now the connection is clear: the Charter it legally binding, ergo phase two CEAS must comply with it.  In this context, this thesis seeks to explore the meaning of the child-specific rights in the Charter, in general and abstract terms, and in the specific context of asylum, in order to ascertain whether the rights are respected in the CEAS instruments.
  • Mark Klaassen MA LL.M, The meaning of the right to family reunification

    Mark Klaassen is bezig met een onderzoek naar de betekenis van het recht op gezinshereniging. Zijn promotieonderzoek wordt begeleid door Prof. Rodrigues. Binnen het internationale recht hebben staten een wijde beoordelingsmarge om te bepalen of een immigrant het recht heeft om in de staat te verblijven. Echter, deze beoordelingsmarge wordt onder meer begrensd door verschillende internationaalrechtelijke bepalingen over het recht om als gezinslid van een legaal in de betreffende staat gevestigde persoon te verblijven. Zo kan een recht op toelating in bepaalde omstandigheden worden afgeleid uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook het EU recht kent verschillende instrumenten, waaronder de Richtlijn 2003/86 inzake het recht op gezinshereniging, waarin het recht op toelating als gezinsmigrant is vastgelegd. Individuen die gebruik willen maken van de uit het internationaal en Europees recht afgeleide rechten, kunnen dit in beginsel enkel doen door van de staat waar zij verblijven te verzoeken om toelating van hun gezinslid toe te staan. Hiermee zijn individuen afhankelijk van de implementatie van het internationale en Europese recht op gezinshereniging binnen het nationale rechtsstelsel van de lidstaat. In dit onderzoek gaat Mark Klaassen op zoek naar de betekenis van het recht op gezinshereniging in vier lidstaten van de EU. De lidstaten die worden vergelijken zijn Denemarken, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.  

Contractonderzoek

Het Instituut voor Immigratierecht verricht op verzoek van derden zowel kort als langlopend onderzoek. In 2010 is onder meer deelgenomen aan onderzoek uitgevoerd voor het ministerie van VROM naar een zelfstandige huisvestingseis bij gezinshereniging en heeft het Instituut de gegevens aangeleverd voor the Migrant Policy Index voor Nederland. Tevens is geparticipeerd in een Noors vergelijkend onderzoek naar schijnhuwelijken. 

Voor vragen over contractonderzoek kunt u contact opnemen met de heer prof. mr. P.R. Rodrigues (071-527 8822) of mevr. mr. drs. G.G. Lodder (071-527 7727)

Laatst Gewijzigd: 08-03-2012